De Nederlandse gezondheidszorg staat fors onder druk. Dit artikel wil een open visie geven over de oorzaken en gevolgen van het almaar verder doorvoerende liberalisatiebeleid van onze overheid.

Zorgverzekeringswet

De Zorgverzekeringswet (Zvw, 1) vormt samen met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) het Nederlandse zorgstelsel. De wet dateert van 1 januari 2006. Het is een verplichte verzekering voor iedere Nederlandse burger. De wet bestaat uit drie componenten, te weten: een verplichte verzekering, een aanvullende verzekering en een eigen risico. Mensen met een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming krijgen middels de Zorgtoeslag (2). Kinderen zijn tot hun 18-de levensjaar geen premie verschuldigd, en dus gratis met de ouders meeverzekerd.

Bij de start van de Zvw in 2006 varieerde de premie tussen de € 990 en € 1122. Verzekeraars kunnen onderling afwijken in de hoogte van de premie.
In de grafiek hiernaast is de verhoging van de premie voor 2015 nog niet definitief vastgesteld, maar de verwachting is dat deze rond de € 120 op jaarbasis komt te liggen (blauwe lijn). Dat zou dan betekenen dat de premie in 8 jaar tijd met bijna 22% is gestegen (in 2006 was de premie nog € 1050, terwijl deze in 2015 stijgt naar  € 1280).
Het verplicht eigen risico (rode lijn) is nog forser gestegen. In 2006 was dit € 150 per jaar, maar vanaf 2015 wordt dat € 400 per jaar. Dat is een stijging van 266%! Volgens artikel 19, 2e en 3e lid wordt het eigen risico ieder jaar geïndiceerd . Artikel 21 bepaalt dat bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMB) vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen waarvoor de kosten geheel, gedeeltelijk of niet onder het eigen risico vallen (Besluit Zorgverzekering, artikel 2.17). Daarnaast bestaat er nog een vrijwillig eigen risico, wat het mogelijk maakt dit te gebruiken als een vorm van spaarpot. Wanneer in een jaar minder zorg is verbruikt dan voor het eigen risico is betaalt, dan wordt het verschil aan de verzekerde terugbetaalt.
Sinds 2013 betaalt een werkgever of uitkerende instantie een werkgeversheffing van 7,5% (2014) aan het zorgverzekeringsfonds. Deze heffing is verschuldigd over een maximaal bepaald bedrag (2014: € 51.414) van loon en uitkeringen werknemersverzekeringen.

Motivatie

De motivatie voor een nieuw zorgstelsel lag hem in het feit dat het Europese Hof van Justitie en de EU hadden bepaald dat verzekerden vrij gebruik moesten kunnen maken van de zorg in andere lidstaten van de EU. Nederland, een land met van oudsher lange wachtlijsten en beperkt zorgaanbod, vreesde dat verzekerden daardoor hun toevlucht zouden nemen tot zorgaanbieders in de buurlanden (België, Duitsland). In plaats van het zorgaanbod te vergroten (in andere Europese landen is de zorgsector veel groter!), werd er gekozen voor een defensieve aanpak, waarbij verzekerden verplicht werden om gebruik te maken van door verzekeraars gecontracteerde zorgaanbieders. Taken werden vanuit de AWBZ overgedragen aan particuliere verzekeraars en gemeenten.

Twee kabinetten Rutte

De Zorgverzekeringswet bleef gedurende een aantal jaren vrij constant. Dit veranderde echter drastisch met het aantreden van het kabinet Rutte-I (VVD, CDA en PVV) in 2010. Zoals in de grafiek is te zien is de premie tussen 2010 en 2013 met € 150 euro gestegen. In 2014 is deze verlaagd naar € 1140, maar in 2015 wordt de nominale maandelijkse premie opnieuw met € 10 verhoogd, waardoor deze uitkomt op € 1260.

Bij het aantreden van het tweede kabinet Rutte (VVD, PvdA) hadden beide partijen water bij de wijn gedaan en besloten om een inkomensafhankelijke zorgpremie te gaan heffen over de inkomensgroepen tot twee maal modaal (€ 19.000 tot € 68.000). Boven en onder deze grens werd geen inkomensafhankelijke premie geheven. Dit betekende echter wel dat de belastingdruk op de hogere inkomens fors toenam. Het kwam de VVD op veel protest te staan. Sommige leden zegden zelfs hun lidmaatschap van de partij op. De VVD koos eieren voor haar geld en haalde het hele plan van tafel.
Vanaf dat moment moest er gezocht worden naar andere mogelijkheden om de kosten van de gezondheidszorg in de hand te houden. Er werden plannen gemaakt om mensen langer zelfstandig te laten wonen, waarbij er vooral een beroep gedaan zou moeten worden op mantelzorgers (familie, vrienden, kennissen, …). Veel verzorgingshuizen werden wegbezuinigd en de grens voor opname in een verpleeginrichting werd verhoogd naar ZZP4 (4).
Toch was het nog niet genoeg, want vervolgens moest de extramurale thuiszorg gereorganiseerd worden (wijkteams) en werden ook verpleeghuizen verplicht om een deel van hun personeelsbestand te reorganiseren wat leidde tot veel maatschappelijke onrust overal in het land. Het personeelsbestand binnen diverse zorgcentra werd op de schop genomen, en mensen werden opnieuw geschaald in een lagere functiegroep (wat automatisch ook een lager salaris betekende!), of zelfs ontslagen omdat ze boventallig werden.
Als klap op de vuurpijl wordt in 2015 ook de huishoudelijke verzorging vanuit de AWBZ overgeheveld naar de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning, 5), waardoor veel mensen hun vaste vertrouwde hulp kwijtraken omdat deze wordt ingewisseld voor een goedkopere kracht van een schoonmaakbedrijf. Het gevaar dat hier op de loer ligt is dat mensen zich (ongemerkt) gaan afsluiten, vervuilen of zelfs ernstige gezondheidsproblemen gaan ontwikkelen. De vaste huishoudelijke hulp was opgeleid om ook het sociale gebeuren van de hulpvrager te ondersteunen. Door de overheveling naar de WMO wordt dit niet meer als belangrijk gezien, en moeten de verzorgenden c.q. verpleegkundigen maar een oogje in het zeil houden. Dit betekent een enorme verschraling van de kwaliteit van leven!

Medicatie

Op dit moment wordt er een discussie gevoerd over hoe zinvol het nog is om een patiënt te behandelen welke zich in zijn terminale levensfase bevindt. De kosten worden te hoog, en men wil een plafond stellen tot aan een maximum bedrag waarvoor de patiënt nog behandeld mag worden.
Het probleem is echter dat farmaceuten dure patenten afsluiten op hun medicijnen en zo de kosten kunstmatig hoog houden. Een bestaand medicijn waar een nieuw stofje aan wordt toegevoegd kan eenvoudig opnieuw worden gepatenteerd onder een nieuwe naam. En het is weer kassa...
Even ter vergelijking: in een aantal Zuid-Europese landen zijn medicijnen tot 60% goedkoper dan in Nederland. De minister van VWS bepaalt tweemaal per jaar (april en oktober) aan de hand van de welvaart van referentielanden (België, Duitsland, Engeland, Frankrijk) de prijs van geneesmiddelen. Lagere prijzen in die landen leiden ook tot lagere prijzen hier.
Echter, zoals eerder al opgemerkt hebben landen als België, Engeland en Duitsland een grotere (betere!) zorgsector, en is de bekostiging op hun interne zorgmarkt anders geregeld. Door de almaar voortgaande bezuinigingen en verslechteringen in het zorglandschap zou men eerder verwachten dat de kosten naar beneden zouden gaan.

Mismanagement

Het blijkt echter dat er op managementniveau binnen de verzekeraars en zorginstellingen ook behoorlijk wat scheefgroei is. Omdat de zorg zich in het publieke domein bevindt is de salariëring onderhevig aan de Balkenendenorm. Toch blijken veel bestuurders zich hier niet aan te houden, en wordt hun salaris hoger ingeschaald. Daarnaast moeten ook nog de onkostenvergoedingen en premies worden opgeteld. Alles bij elkaar is dat al een flink bedrag.
Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd door ziekenhuizen in nieuwe behandelingen en apparatuur. Zou het niet economischer en verstandiger zijn om per regio één ziekenhuis aan te wijzen dat zich specialiseert in een behandeling en de patiënten daar naar door te verwijzen? Op die manier hoeft niet ieder ziekenhuis een dure investering te doen en kan er weer een enorm bedrag bespaard worden!

Conclusies

  • Uit het bovenstaande komt één ding heel expliciet naar voren: sinds de VVD in de persoon van Edith Schippers (Rutte-I, 2010) op de post van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is gaan zitten is het in sneltreinvaart bergafwaarts gegaan met de zorg in Nederland. Niet alleen zijn de premies en het eigen risico fors verhoogd, maar ook is de zorgsector steeds verder ontmanteld en tot speeltuin geworden van private partijen.
  • Er wordt onvoldoende de hand gehouden in de salariëring van managers en de uitgaven in de zorg. Nog steeds wordt er teveel verdiend, terwijl de mensen op de werkvloer nauwelijks meer dan het sociaal minimum krijgen (verdienen doen ze meer!).
  • De marktwerking heeft ervoor gezorgd dat veel mensen met een laag inkomen steeds meer moeite krijgen om de zorgpremie te betalen. Mensen die noodgedwongen de premie niet meer betalen (ze moeten een keuze maken tussen leven en zorg), worden door de zorgverzekeraars onder druk gezet door het opleggen van een boete (welke kan oplopen tot 30% van het totale nog verschuldigde premiebedrag) plus betaling van de achterstallige premie. Het is dan ook niet vreemd dat deze mensen voor de rest van hun leven niet meer uit de armoede komen...
  • De thuiszorg moet zich gaan organiseren in wijkteams. Dit is enerzijds een positieve ontwikkeling omdat mensen dan minder professionals (verzorgenden/verpleegkundigen) aan het bed krijgen, anderzijds een negatieve omdat veel mensen (oproepers en mensen meteen 0-urencontract) de laan uit worden gestuurd. Het wijkteam zal het moeten zien te rooien met de mensen die op dat moment in dienst zijn. In hoeverre dit mogelijk zal zijn zal volgend jaar blijken.
  • Verzorgingshuizen sluiten waardoor een groot deel van de ouderen die  nu nog zelfstandig wonen geen toegang meer hebben tot meer specifieke zorg. De thuiszorg zal vaker moeten inspringen, wat mogelijk zal leiden tot een extra belasting van het team. Mogelijk is het op termijn nodig om toch opnieuw meer personeel aan te nemen?
  • Er moet (volgens de overheid) een groter beroep gedaan worden op mantelzorgers. Helaas hebben veel mensen al een druk leven (baan, kinderen, opleiding, …), dus het getuigt van weinig realiteitszin van de overheid om dit te kunnen vragen van mensen.

Aanbevelingen

  • Allereerst moet de zorgpremie voor de zorgverzekering inkomensafhankelijk gemaakt worden. Daarvoor kan de zorgtoeslag verdwijnen (wat al een kostenbesparing oplevert door minder personeel, gebouwen en machines), en dient premie over alle schijven naar draagkracht berekent te worden.
  • Stel de verplichting in dat mensen eerst de eerstelijnszorg (huisarts, …) inschakelen voordat ze direct naar het ziekenhuis gaan. Gebeurt dit toch laat ze dan een eigen bijdrage van € 50 per keer  betalen, afhankelijk van de ernst van de situatie. Bij levensbedreigende situaties vervalt de eigen bijdrage.
  • Stel wijkteams samen. Zorg voor minder handen aan het bed. Zorg ervoor dat een verzorgende alle kwaliteiten welke voor haar/zijn taak nodig zijn beheerst (bijvoorbeeld het aan/uittrekken van steunkousen, spuiten van insuline e.d.), en door één en dezelfde medewerker kan worden gedaan. Géén productdifferentiatie!
  • Breng de huishoudelijke hulp niet terug tot een veredelde poetshulp, puur vanuit het oogpunt van kostenbesparing! De functie van de huishoudelijke hulp is breder, omdat ze ook een signalerende en stimulerende functie ondersteunen ten behoeve van de cliënt. Zij zijn vaak dé schakel tussen verschillende disciplines van zorgverleners.
  • Breng de managementlagen in de zorg terug tot maximaal twee. De waardering voor het management mag niet meer bedragen dan de Balkenendenorm. Dit geldt ook voor interim-managers. Overschrijding hiervan dient voor 80% belast te worden. Het vrijgekomen geld dient opnieuw in de zorg besteed te worden.
  • Zorg dat zorg per regio is geconcentreerd, maar leg de benodigde investeringen hiervoor wel aan banden. Laat ziekenhuizen zich specialiseren in vakgebieden. Zorg dat dure/specialistische apparatuur éénmalig bij één zorgverlener per regio wordt aangeschaft. Dit minimaliseert de diverse overheadkosten van aanschaf en onderhoud.
  • Houdt de verzorgingshuizen open. Veel ouderen zijn nog te goed voor een verpleegtehuis maar te slecht om nog langer zelfstandig te kunnen wonen! Het inschakelen van eigen kinderen (als ze die hebben) of mantelzorg is vaak niet mogelijk omdat de zorgvraag te complex is of de mantelzorgers ook zelf nog een sociaal leven hebben.
  • Kies bij voorkeur voor merkloze medicijnen of medicijnen waarvoor de patenten verlopen zijn. Enkel bij hoge uitzondering kan worden uitgeweken naar de duurdere medicijnen (ernstige allergie of bijwerkingen, specialistische behandeling). Voor de duurdere medicijnen mag een inkomensafhankelijke eigen bijdrage worden gerekend.
  • En als laatste: haal de privatisering en marktwerking uit de zorg. Zorg hoort een overheidstaak te zijn! Het is een te belangrijke component van de samenleving om daarmee te gaan gokken en speculeren! De overheid dient de zorg weer als één van haar kerntaken te gaan zien, waarbij regulering en advies de belangrijkste pijlers dienen te vormen.

Publicatie vanuit de besloten facebookgroep: Ommezwaai

Joomla templates by a4joomla